Afgelopen week bracht ik een bezoekje aan de Urban Theatergroep 'Bana'. Ze werken vooral met ervaringstheater, en zo gaven ze me een showcase.
vrijdag 20 februari 2009
vrijdag 13 februari 2009
Cultureel Ondernemers moeten naar het kerkhof
De mail is verstuurd, een interview met een Cultureel Ondernemer die ik voor het gemak Cor noem. Op datzelfde moment gaat de deurbel. Lopend naar de voordeur denk ik aan het moeizame contact met Cor, die keer op keer de afspraak verzet heeft. Geïrriteerd open ik de deur waarna twee nette jongemannen in pak, incl. stropdas en glimlach voor mijn deur staan.
"Wilt u met ons over God praten?". Ik ben blij verbaasd en nodig ze euforisch uit om een wijntje te komen drinken. Als ze vragen of ik ook appelsap heb zeg ik nee, maar beloof ze wat water bij de wijn te schenken.
"Zo lijkt de kunstsector een pr-impuls te missen, die onlosmakelijk tot verlies van de theaterbezoeker zal leiden"
Jehova's getuigen komen meteen ter zake, ze verkopen hun product neerlandsch-direct en dat bevalt de Nederlander. Het probleem zit hem vaak in het product, maar ik zie ze daarom niet opgeven of met de staart tussen de benen wachten tot ze op z'n hondjes genomen worden. Cor echter, of de hele kunstsector, is absoluut een ander verhaal.
Dat de theaterwereld het moeilijk heeft begrijp ik, maar dat heeft de EO-jongere de dag ook. De kerk verliest binding met haar volgeling daarintegen vele malen minder snel dan de theatergroep.
Zo lijkt de kunstsector een pr-impuls te missen, die onlosmakelijk tot verlies van de theaterbezoeker zal leiden. Je kunt toch niet als artistieke schakel binnen een gezelschap zo omgaan met een eerste jaars student aan de hku theaterfaculteit. We zijn geen enkele bedreiging voor de functie van Cor (Cultureel Ondergenomen Randdebiel), pas over vier jaren hebben de meeste van ons een diploma maar dan is de Cor meestal toch al overgestapt naar een commercieel bedrijf.
Natuurlijk is het een loze vergelijking om een cultureel ondernemer en een jehova's getuige over dezelfde kam te scheren. Theatermakers moeten tegenwoordig kaal, de ondernemer moet zich blootgeven. Een Jehova's getuige is dan natuurlijk niet echt een bedrijf. Sterker nog, de bedrijfsleider onthoudt haar kinderen van bedrijven tot na het huwelijk, waaraan je dus wel kan zien dat theaterondernemers nog een tijd nodig hebben om volwassen te worden.
Toch zijn er veel eigenschappen die de Jehova's getuige op Cor voor heeft, en daarmee doel ik vooral op de werkwijze. Ik kan bellen en mailen wat ik wil, waar Cor geen gehoor heeft terwijl de getuige de deur vindt. De werkwijze is omgedraaid, maar vele malen effectiever.
Ze gaan ruig te werk, met de voet tussen de deur, waar je wellicht achterblijft met een schaafwond op de scheenbenen of eentje op de deur. Maar dan bel je even een Poolse schilder om de deur bij te verven; over betrouwbare ondernemers gesproken. Hoewel de Poolse schilder een geweldig werk levert aan mijn voordeur, kan ik hem toch niet verstaan. En daar is dan meteen die link met cultureel ondernemers weer.
"Cultureel ondernemen zit vol met kinderziektes"
Het voelt toch een beetje alsof iemand een circus runt waar er bekwame management lieden op een koor dansen en pr-personeel door een hoepel springt terwijl de cultureel ondernemer met een clownsneus met vuur speelt bij de Shell tijdens het tanken van de caravan. Kampers op de kermis hebben tenminste wel verstand van zaken en zorgen voor een groepsgevoel terwijl de theaterwereld versplintert in een egoïstisch schouwspel van ondernemers met visie.
Cor is een creatieve en artistieke ondernemer, en vaak wat pretentieus. God heeft echter altijd interesse in al zijn kinderen, hoe moeilijk zij ook te bereiken zijn.
Zo zie je maar weer dat in de kunstsector je netwerk selectief is, en zo verliest 'het ondernemen' snel zijn waarde in de egoïstische sfeer waar de theaterwereld zich bevindt. Het culturele ondernemen blijft voelen als een nieuwe wind in het theaterlandschap, maar brengt weinig verkoeling.
Cultureel ondernemen zit vol met kinderziektes die vaak zo aangrijplijk zijn dat je het niets minder toewenst dan preventieve abortus. Trek dat hele ondernemingsplan uit de baarmoeder en bedek het de komende jaren onder een grote berg schaamhaar.
Dat hele culturele ondernemersschap heeft vaak toch wat weg van masturberen met schuurpapier terwijl er een brandnetel over je eikel streelt en je klaarkomt op een loze belofte in een interessant ogende agenda.
Als je dan eindelijk met een cultureel ondernemer uit het theaterwerkveld praat heb ik toch een beetje je het gevoel dat ik een beetje tegen een muur aan het swaffelen ben. Het is tijd dat de ondernemer het heft in eigen handen neemt en de studenten eens opzoekt.
Cultureel ondernemen is een les waar ook Cor veel van kan leren, kom op jongens: geef hem ook een studiepunt.
"Wilt u met ons over God praten?". Ik ben blij verbaasd en nodig ze euforisch uit om een wijntje te komen drinken. Als ze vragen of ik ook appelsap heb zeg ik nee, maar beloof ze wat water bij de wijn te schenken.
"Zo lijkt de kunstsector een pr-impuls te missen, die onlosmakelijk tot verlies van de theaterbezoeker zal leiden"
Jehova's getuigen komen meteen ter zake, ze verkopen hun product neerlandsch-direct en dat bevalt de Nederlander. Het probleem zit hem vaak in het product, maar ik zie ze daarom niet opgeven of met de staart tussen de benen wachten tot ze op z'n hondjes genomen worden. Cor echter, of de hele kunstsector, is absoluut een ander verhaal.
Dat de theaterwereld het moeilijk heeft begrijp ik, maar dat heeft de EO-jongere de dag ook. De kerk verliest binding met haar volgeling daarintegen vele malen minder snel dan de theatergroep.
Natuurlijk is het een loze vergelijking om een cultureel ondernemer en een jehova's getuige over dezelfde kam te scheren. Theatermakers moeten tegenwoordig kaal, de ondernemer moet zich blootgeven. Een Jehova's getuige is dan natuurlijk niet echt een bedrijf. Sterker nog, de bedrijfsleider onthoudt haar kinderen van bedrijven tot na het huwelijk, waaraan je dus wel kan zien dat theaterondernemers nog een tijd nodig hebben om volwassen te worden.
Toch zijn er veel eigenschappen die de Jehova's getuige op Cor voor heeft, en daarmee doel ik vooral op de werkwijze. Ik kan bellen en mailen wat ik wil, waar Cor geen gehoor heeft terwijl de getuige de deur vindt. De werkwijze is omgedraaid, maar vele malen effectiever.
Ze gaan ruig te werk, met de voet tussen de deur, waar je wellicht achterblijft met een schaafwond op de scheenbenen of eentje op de deur. Maar dan bel je even een Poolse schilder om de deur bij te verven; over betrouwbare ondernemers gesproken. Hoewel de Poolse schilder een geweldig werk levert aan mijn voordeur, kan ik hem toch niet verstaan. En daar is dan meteen die link met cultureel ondernemers weer.
"Cultureel ondernemen zit vol met kinderziektes"
Het voelt toch een beetje alsof iemand een circus runt waar er bekwame management lieden op een koor dansen en pr-personeel door een hoepel springt terwijl de cultureel ondernemer met een clownsneus met vuur speelt bij de Shell tijdens het tanken van de caravan. Kampers op de kermis hebben tenminste wel verstand van zaken en zorgen voor een groepsgevoel terwijl de theaterwereld versplintert in een egoïstisch schouwspel van ondernemers met visie.
Cor is een creatieve en artistieke ondernemer, en vaak wat pretentieus. God heeft echter altijd interesse in al zijn kinderen, hoe moeilijk zij ook te bereiken zijn.
Zo zie je maar weer dat in de kunstsector je netwerk selectief is, en zo verliest 'het ondernemen' snel zijn waarde in de egoïstische sfeer waar de theaterwereld zich bevindt. Het culturele ondernemen blijft voelen als een nieuwe wind in het theaterlandschap, maar brengt weinig verkoeling.
Cultureel ondernemen zit vol met kinderziektes die vaak zo aangrijplijk zijn dat je het niets minder toewenst dan preventieve abortus. Trek dat hele ondernemingsplan uit de baarmoeder en bedek het de komende jaren onder een grote berg schaamhaar.
Dat hele culturele ondernemersschap heeft vaak toch wat weg van masturberen met schuurpapier terwijl er een brandnetel over je eikel streelt en je klaarkomt op een loze belofte in een interessant ogende agenda.
Als je dan eindelijk met een cultureel ondernemer uit het theaterwerkveld praat heb ik toch een beetje je het gevoel dat ik een beetje tegen een muur aan het swaffelen ben. Het is tijd dat de ondernemer het heft in eigen handen neemt en de studenten eens opzoekt.
Cultureel ondernemen is een les waar ook Cor veel van kan leren, kom op jongens: geef hem ook een studiepunt.
donderdag 12 februari 2009
Hoe komt ons vak voor in het bedrijfsleven?
Opdracht:
Hoe komt ons vak voor in het bedrijfsleven.
Zie link
Groepsonderzoek (klik)
Wat vinden wij hier van?
carrierebeeld/artistieke kant (quotes)
* ik zou me een beetje vies voelen als ik dat deed, omdat ik dat dan alleen zou doen omdat ik geld nodig had. (schrijver)
* lekker geld verdienen is niet vies (DVTG)
* daar ben ik het mee eens, maar het moet niet ten koste gaan van de artistieke vrijheid (acteur)
* ja, maar dat gaat het toch sowieso (schrijver)
* nee, dat hoeft niet perse. Het kan een financiering zijn die je juist artistieke ruimte bied (acteur)
* ja, maar hoe zit je artistieke kant dan in het werk bij het bedrijf? Daarin ben je wel beperkt (dramadocent)
* ik zie daar juist een andere uitdaging in. Niet perse commercieel, maar een bedrijf nieuwe inzichten geven en daardoor verder helpen vind ik een mooi streven (Dramadocent)
* billen (acteur)
Hoe komt ons vak voor in het bedrijfsleven.
Zie link
Groepsonderzoek (klik)
Wat vinden wij hier van?
carrierebeeld/artistieke kant (quotes)
* ik zou me een beetje vies voelen als ik dat deed, omdat ik dat dan alleen zou doen omdat ik geld nodig had. (schrijver)
* lekker geld verdienen is niet vies (DVTG)
* daar ben ik het mee eens, maar het moet niet ten koste gaan van de artistieke vrijheid (acteur)
* ja, maar dat gaat het toch sowieso (schrijver)
* nee, dat hoeft niet perse. Het kan een financiering zijn die je juist artistieke ruimte bied (acteur)
* ja, maar hoe zit je artistieke kant dan in het werk bij het bedrijf? Daarin ben je wel beperkt (dramadocent)
* ik zie daar juist een andere uitdaging in. Niet perse commercieel, maar een bedrijf nieuwe inzichten geven en daardoor verder helpen vind ik een mooi streven (Dramadocent)
* billen (acteur)
Abonneren op:
Reacties (Atom)
